Top 5 meest gestelde vragen

De Douane controleert op een match tussen B/L-nummer, aantal collie en gewicht. Een nadere aangifte wordt daarnaast afgewezen als het schip nog niet in de haven is gearriveerd (ATA schip).

Voor het aangevende bedrijfsleven zijn voorspelbaarheid (wordt een zending gecontroleerd of niet) en betere planningsmogelijkheden de belangrijkste voordelen.

Bij een voorafaangifte geeft de Douane voor alle aangiftetypen in AGS een kennisgeving over het selectieresultaat. Voorwaarde is wel dat je als aangever AEO-gecertificeerd bent. De kennisgeving is alleen beschikbaar voor AEO-vergunninghouders ‘Douanevereenvoudigingen’ en ‘Douanevereenvoudigingen en veiligheid’.

Je softwareleverancier kan in je douanesoftware een automatische trigger inbouwen voor het moment dat het schip in de haven arriveert (ATA) of het losmoment van de lading. Via Portbase zijn hiervoor verschillende API’s beschikbaar.

Deze documentvoormelding blijft na het CVB exact hetzelfde. Het tijdstip waarop je deze in kunt dienen, kan wel veranderen. Ook kan de terugkoppeling van de terminal iets afwijken:

  • Bij een invoeraangifte volgens normale procedure: de aangifte wordt pas door de Douane geaccepteerd ná aankomst schip. Pas dan ontvangt je het benodigde documentnummer (Mouvement Reference Number, ofwel MRN) retour. Je documentvoormelding (MID) kan daarom pas worden gedaan ná aankomst schip.
  • Bij een voorafaangifte: je ontvangt direct bij het indienen van de voorafaangifte een documentnummer (MRN) van de Douane (ook vóór aankomst schip). Je kunt dan direct een documentvoormelding (MID) doen bij de terminal. Let op! Door sommige terminals wordt een voormelding pas ‘geaccepteerd’ na de aankomst van het schip (in Melding Import Documentatie enkel bij terminals die een acceptatiebericht terugsturen, of bij ECT MyTerminal de status ‘groen’).

In de douanesoftware die de klant van jou gebruikt, kun je het volgende doen:

  1. Zorg dat de nieuwe berichten van de Douane voor het CVB (zoals foutcodes, afkeuringscodes) op tijd in je software zijn geïmplementeerd.
  2. Bied in je software ondersteuning voor het gebruik van een voorafaangifte + aanbrengbericht.
  3. Creëer in je software een ‘trigger’ voor het geautomatiseerd versturen van de nadere aangifte of het aanbrengbericht. Je klant kan op die manier efficiënt vooruitwerken. Mogelijke triggers zijn de ATA schip of het losmoment van de lading. Voor beide momenten zijn via Portbase API’s beschikbaar.

FAQ’s voor aangevers (douaneagenten / importeurs)

Het CVB gaat gefaseerd gelden voor alle douaneaangiftes van over zee binnengekomen goederen: AGS, NCTS, DIN en DEN.

De Douane controleert op een match tussen B/L-nummer, aantal collie en gewicht. Een nadere aangifte wordt daarnaast afgewezen als het schip nog niet in de haven is gearriveerd (ATA schip).

  1. Vanuit je douanesoftware dien je de voorafaangifte (IM-D of IM-E) in.
  2. Na ontvangst hiervan kun je van de Douane verschillende terugmeldingen krijgen. Mogelijk is een controle nodig. Hetzij door het overleggen van bescheiden (DMS DOC), hetzij via een fysieke controle (DMS CTL). Indien geen controle is vereist, krijg je van de Douane de terugkoppeling dat je voorafaangifte is ontvangen (DMS RCV) en direct ook een MRN-nummer.
  3. Met dit MRN-nummer doe je via Portbase alvast je documentvoormelding bij de terminal.
  4. Als laatste stap bevestig je zodra het schip met je zending in de haven is gearriveerd (ATA) of op het losmoment via een aanbrengbericht je voorafaangifte bij de Douane.

Voor het aangevende bedrijfsleven zijn voorspelbaarheid (wordt een zending gecontroleerd of niet) en betere planningsmogelijkheden de belangrijkste voordelen.

De Douane kan zo al vooruit de bescheiden controleren en een opdracht voor een fysieke controle uitzetten. Stuur je een aangifte pas na lossing in, dan is het wachten totdat de Douane de bescheiden behandelt en de controle kan worden ingepland. Bij binnenkomst van een schip heeft de Douane bovendien vaak te maken met een piek. Door een voorafaangifte zijn werkzaamheden meer te spreiden.

De Douane kan de aangifte controleren op het moment dat dit het beste uitkomt. Hierdoor ontstaan minder piekmomenten. Als sprake is van een fysieke controle kan de Douane bovendien de opdracht hiervoor alvast opmaken en een afspraak vastleggen.

Bij een voorafaangifte geeft de Douane voor alle aangiftetypen in AGS een kennisgeving over het selectieresultaat. Voorwaarde is wel dat je als aangever AEO-gecertificeerd bent. De kennisgeving is alleen beschikbaar voor AEO-vergunninghouders ‘Douanevereenvoudigingen’ en ‘Douanevereenvoudigingen en veiligheid’.

Je softwareleverancier kan het aanbrengbericht eenvoudig voor je automatiseren.

Je softwareleverancier kan in je douanesoftware een automatische trigger inbouwen voor het moment dat het schip in de haven arriveert (ATA) of het losmoment van de lading. Via Portbase zijn hiervoor verschillende API’s beschikbaar.

Een voorafaangifte kan voor nagenoeg alle goederen. Een uitzondering zijn fytosanitaire goederen. Zonder P2 code kan de voorafaangifte technisch nog niet worden geaccepteerd. Voor veterinaire goederen is wel een voorafaangifte mogelijk, mits je al een GDB-nummer hebt ontvangen. De uiteindelijke definitieve vrijgave van de aangifte voor veterinaire goederen kan uiteraard pas worden verwerkt nadat door de NVWA de overeenstemmingcontrole is gedaan.

De voorafaangifte vervalt na 30 dagen van rechtswege. Zolang er geen aanbrengbericht is, mag je lading de terminal niet verlaten. Je riskeert een proces verbaal van de Douane en het inactiveren van je AEO-status.

Als de boot uitwijkt, kun je de aangifte eenvoudig laten vervallen. Na 30 dagen vervalt een voorafaangifte namelijk van rechtswege.

Nee, de Douane accepteert geen voorafaangifte zonder voorafgaande regeling.

In dat geval is een nieuwe voorafaangifte noodzakelijk.

In dat geval is een nieuwe voorafaangifte noodzakelijk.

Deze documentvoormelding blijft na het CVB exact hetzelfde. Het tijdstip waarop je deze in kunt dienen, kan wel veranderen. Ook kan de terugkoppeling van de terminal iets afwijken:

  • Bij een invoeraangifte volgens normale procedure: de aangifte wordt pas door de Douane geaccepteerd ná aankomst schip. Pas dan ontvangt je het benodigde documentnummer (Mouvement Reference Number, ofwel MRN) retour. Je documentvoormelding (MID) kan daarom pas worden gedaan ná aankomst schip.
  • Bij een voorafaangifte: je ontvangt direct bij het indienen van de voorafaangifte een documentnummer (MRN) van de Douane (ook vóór aankomst schip). Je kunt dan direct een documentvoormelding (MID) doen bij de terminal. Let op! Door sommige terminals wordt een voormelding pas ‘geaccepteerd’ na de aankomst van het schip (in Melding Import Documentatie enkel bij terminals die een acceptatiebericht terugsturen, of bij ECT MyTerminal de status ‘groen’).

FAQ’s voor softwareleveranciers

In de douanesoftware die de klant van jou gebruikt, kun je het volgende doen:

  1. Zorg dat de nieuwe berichten van de Douane voor het CVB (zoals foutcodes, afkeuringscodes) op tijd in je software zijn geïmplementeerd.
  2. Bied in je software ondersteuning voor het gebruik van een voorafaangifte + aanbrengbericht.
  3. Creëer in je software een ‘trigger’ voor het geautomatiseerd versturen van de nadere aangifte of het aanbrengbericht. Je klant kan op die manier efficiënt vooruitwerken. Mogelijke triggers zijn de ATA schip of het losmoment van de lading. Voor beide momenten zijn via Portbase API’s beschikbaar.

Wij maken gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om het gedrag van bezoekers in kaart te brengen, te analyseren en de gebruikerservaring te verbeteren. Klik op 'voorkeuren aanpassen' om uw toestemmingen voor deze website te bekijken en in te stellen.

Lees onze privacyverklaring hier | Sluiten
Voorkeuren aanpassen